Openingstijden:Donderdag en zaterdag 9:00 - 17:00E-mail:linda[@]psychologievandaag.comTelefoon0683775936
onlinetherapie11-1200x963.jpg
13/Oct/2018

De effectiviteit van online therapie wordt steeds beter onderzocht, en de meeste resultaten zijn positief. Als een interventie ineens veel steun krijgt vanuit wetenschappelijk onderzoek, is het altijd verstandig om goed op te letten. Het kan dan ineens lijken alsof het een fantastische oplossing is voor iedereen, maar dat bestaat niet. Het is daarom goed om te weten bij welk soort mensen een therapievorm goed werkt.

Algemeen

Eerder besprak ik al dat er een aantal randvoorwaarden zijn voor online therapie: je moet over basale digitale vaardigheden beschikken en je therapeut moet beoordelen of je situatie stabiel genoeg is om zo op afstand te werken. Verder zijn er een aantal succes- en faalfactoren. Het helpt bijvoorbeeld als je je goed schriftelijk uit kunt drukken en als je goed zelfstandig kunt werken. Over persoonlijkheidsfactoren die mogelijk een rol spelen, is echter nog niet veel onderzoek gedaan. Het onderzoek van Spek (2007) is op dat gebied een interessante.

Onderzoek: persoonlijkheidskenmerken

Spek deed promotie-onderzoek naar online cognitieve gedragstherapie bij ouderen met depressieve klachten. Zij bekeek onder andere een aantal persoonlijkheidskenmerken die voorspelden of iemand baat zou hebben bij de online therapie. De vijf belangrijkste persoonlijkheidsdimensies zijn:

  • extraversie (tegenover introversie)
  • anderen helpen, altruïsme (tegenover eigenbelang)
  • zorgvuldigheid (tegenover onzorgvuldigheid)
  • emotionele stabiliteit (tegenover instabiliteit of neuroticisme)
  • openheid voor nieuwe ervaringen en invalshoeken (tegenover geslotenheid of koppigheid)

Uit het onderzoek kwam dat mensen die hoger scoorden op neuroticisme, oftewel die emotioneel minder stabiel waren, minder baat hadden bij de online behandeling. Voor deze groep geldt overigens over het algemeen dat ze minder verbetering laten zien in een behandeling, van welke soort dan ook.

Een interessantere uitkomst is dat mensen die hoog scoorden op altruïsme, oftewel die graag anderen helpen, beter in een groep behandeld konden worden dan via internet. Ze voelden zich waarschijnlijk meer op hun gemak in de groep en ervoeren meer steun van hun groepsgenoten.

Overig

Uit deze studie kwam ook naar voren dat mensen met een lager opleidingsniveau vaker stopten met de behandeling. De onderzoeker vermoedt dat dat komt doordat deze groep minder computer- en internetvaardigheden heeft.  Tot slot leek het voor de mannen gemakkelijker om de online behandeling vol te houden dan voor vrouwen: slechts 7% stopte, tegenover 31% van de vrouwen. Meestal breken mannen juist eerder een behandeling af dan vrouwen.

Bron:

Spek, V. (2007). Internet-based cognitive behavior therapy for subthreshold depression in people over 50 years old. Proefschrift Universiteit van Tilburg, uitgegeven in eigen beheer.


onlinetherapie10-1200x800.jpg
13/Oct/2018

Online therapie is niet alleen geschikt voor jonge mensen die al een aanzienlijk deel van hun leven op internet zitten. Uit promotie-onderzoek van Viola Spek (2007) blijkt dat het ook goed werkt bij vijftig-plussers met depressieve klachten.

Onderzoek: een onderbehandelde groep

Veel ouderen kampen met depressieve klachten – ongeveer 8 tot 16%. Slechts 20% van die groep zoekt ook daadwerkelijk behandeling. Dat is jammer, want ook lichte klachten kunnen een groot effect hebben op iemands leven, bijvoorbeeld op de gezondheid en hoe iemand functioneert. Behandeling is erg belangrijk, voordat de depressieve klachten erger worden. Spek analyseerde de effectiviteit van online interventies voor deze doelgroep en kwam tot positieve resultaten.

Uitkomsten: goed resultaat

Het onderzoek 7oonde aan dat er veel verschil was in effectiviteit: sommige interventies zorgden voor een flinke vermindering in klachten, maar andere hadden geen merkbaar effect. Een belangrijke factor was de betrokkenheid van een therapeut. De resultaten wezen er tevens op dat een goede online behandeling even effectief kan zijn als een face-to-face groepsbehandeling. De vermindering in klachten hield een jaar later nog steeds stand.

Het bleek verder goed te werken om via internet te screenen op depressieve klachten via de Edinburgh Depression Scale.

Conclusie: meer inzetten!

De onderzoeker adviseert dan ook om internetbehandeling in te zetten in de GGZ en ziet het als een mooie kans om capaciteitsproblemen op te lossen (te weinig therapeuten, lange wachtlijsten). Op die manier hoeven ouderen niet met depressieve klachten te blijven zitten.

Bron:

Spek, V. (2007). Internet-based cognitive behavior therapy for subthreshold depression in people over 50 years old. Proefschrift Universiteit van Tilburg, uitgegeven in eigen beheer.


onlinetherapie9-1200x958.jpg
13/Oct/2018

Online therapie wordt wel eens gezien als een soort “zelfhulp”: de cliënt doorloopt zelfstandig uitleg en opdrachten. De module is daarmee niet meer dan een online versie van een zelfhulpboek. Hoewel er modules bestaan die zo zijn opgezet, haal je op die manier niet het maximale uit online behandeling. Dat blijkt uit onderzoek.

De onderzoeksgroep van Spek et al. (2007) onderzocht de resultaten van online cognitieve gedragstherapie bij symptomen van depressie en angst. Hun onderzoek is een meta-analyse: de uitkomsten van 12 losse studies werden samengevoegd. Een meta-analyse heeft daarom een grotere zeggingskracht dan een op zichzelf staand onderzoek.

Uit de vergelijking blijkt dat online therapie die was opgezet als zelfhulp, dus waarbij geen therapeut betrokken was, minder effectief was. Cliënten gingen beter vooruit in de behandelingen waarbij wel een therapeut betrokken was die contact met hen had, hen door de modules heen hielp en reageerde op hun opmerkingen en vragen. Ze lieten meer verbetering zien in hun klachtbeeld. De onbegeleide therapie was wel nog steeds beter dan niks doen.

Deze resultaten zijn niet zo gek, aangezien we weten dat de cliënt-therapeut relatie een belangrijke factor is voor het slagen van een therapie. Een computer kan deze rol niet vervullen.

Bron:

Spek, V., Cuijpers, P., Nyklicek, I., Riper, H., Keyzer, J., Pop, V., (2007). Internet-based cognitive behaviour therapy for symptoms of depression and anxiety: a meta-analysis. Psychological medicine 37, 319-28.


onlinetherapie8-1200x960.jpg
29/Sep/2018

Online therapie is een behandelvorm met een hoop mogelijkheden, maar hij is niet voor iedereen geschikt. De vakgroep Centre for eHealth and welbeing research van de Universiteit Twente heeft gelukkig al wel veel succes- en faalfactoren uitgepuzzeld voor ‘blended care’. Blended betekent dat je in ieder geval een deel van de behandeling online volgt. In het instrument ‘fit for blended care’ vatte de universiteit zijn bevindingen samen. Eerder besprak ik de randvoorwaarden voor online therapie. Hieronder vind je andere factoren die het slagen van een online behandeling beïnvloeden.

Mogelijke belemmerende factoren

  1. Heb je voldoende vaardigheden om gevoelens schriftelijk uit te drukken?
  2. Heb je er vertrouwen in dat een online behandeling je kan helpen met je klachten?
  3. Ben je gemotiveerd om een online behandeling te doen?
  4. Heb je, naast de problemen die al zijn besproken en waarvoor een behandelplan is opgesteld, nog andere klachten die nog niet besproken zijn? Denk aan problemen met concentratie, planning of vergeetachtigheid. Dus bijkomende problemen, naast de diagnose of het behandeldoel, die verstorend kunnen werken omdat het programma hier niet specifiek rekening mee houdt.
  5. zijn er psychosociale problemen die de online behandeling negatief kunnen beïnvloeden of verstoren? Denk bijvoorbeeld aan relatieproblemen, problemen in het gezin, financiële problemen enzovoort.
  6. zijn er verder nog kenmerken/dingen die de communicatie en de online behandeling zouden kunnen verstoren? Denk aan comorbiditeit die nog niet aan bod is gekomen in eerdere onderdelen

Bespreek cognitieve problemen (vergeetachtigheid, concentratieproblemen) van tevoren goed. Vergeetachtigheid kan resulteren in bijvoorbeeld vergeten in te loggen of opdrachten te maken. Mogelijk kunnen er extra alerts (herinneringen) worden ingezet? Of zou een familielid/partner hierbij kunnen steunen? Ook het afspreken van vaste tijdstippen waarop online aan de behandeling gewerkt wordt kan helpen bij vergeetachtigheid.

Bij concentratieproblemen (gemakkelijk en vaak afdwalen) kan online behandelen soms juist goed werken wanneer het online programma een duidelijke vaste structuur heeft die gevolgd kan worden. Mogelijk kunnen sessies worden opgeknipt in kleinere onderdelen om zo minder lang aan een stuk geconcentreerd te hoeven werken. Maak hier goede afspraak over met je behandelaar.

Bij onvoldoende motivatie of vertrouwen is het goed om zo precies mogelijk na te vragen wat een online behandeling inhoudt en wat er van je verwacht wordt. Op die manier kun je beter kiezen.

Mogelijke bevorderende factoren

  1. Is er sprake van een goede werkrelatie, of verwachten jullie (behandelaar en cliënt) dat er een goede werkrelatie met de behandelaar kan ontstaan? Hierbij is het belangrijk dat je (de cliënt) je eigen aandeel in de therapie herkent en weet wat er van je verwacht wordt.
  2. heb je een voorkeur voor online therapie vanwege praktische redenen, zoals een drukke baan, een lange reistijd of minder reiskosten? Dit kan een goede motivatie zijn om de behandeling te (blijven) volgen.
  3. heb je een voorkeur voor online behandeling vanwege angst, veiligheid of stigma? Sommige cliënten willen bijvoorbeeld niet dat anderen weten dat zij bij een GGZ instelling onder behandeling zijn i.v.m. stigmatisering. Een gebouw van de GGZ instelling binnen lopen, of vrij vragen aan de werkgever om naar behandeling te gaan, kan voor hen moeilijk zijn. Ook kan angst om buitenshuis te zijn, of met het OV te gaan, een drempel vormen om een reguliere (face-to-face) behandeling te krijgen. Een online behandeling volgen kan dan uitkomst zijn door de drempel naar behandeling te verlagen.
  4. denk je dat je je online (op afstand) net zo open, of zelfs nog opener, zal opstellen als in het persoonlijke contact? Bedenk bijvoorbeeld eens voor jezelf:
  • heb je weleens een dagboek bijgehouden?
  • hou je van schrijven?
  • ben je verlegen in het persoonlijke contact?
  • gebruik je graag sociale media om emoties of gedachten met anderen te delen?

5. ben je gedisciplineerd en zorgvuldig? Bijvoorbeeld: kom je afspraken goed na?

6. Zijn er personen in je directe omgeving (partner, familieleden, vrienden, buren) die je kunnen steunen en aanmoedigen in de online behandeling?

Let op: Een voordeel van een online behandeling is de mogelijkheid om laagdrempelig met elkaar in contact te zijn: je kan op elk moment berichten naar de behandelaar sturen en vice versa. Deze laagdrempeligheid kan het verleidelijk maken om (emotionele) problemen vaak en uitgebreid te uiten. Bespreek samen op welke wijze je omgaat met deze manier van op afstand communiceren. Bijvoorbeeld door duidelijk af te spreken hoe vaak, lang, en wanneer er wel of niet door de behandelaar gereageerd wordt. Of welke onderwerpen of problemen zich beter lenen voor een telefonisch of face-to-face consult. Het niet nakomen van dergelijke afspraken kan een reden zijn de blended behandeling stop te zetten.


onlinetherapie7-1200x879.jpg
29/Sep/2018

Online therapie is een behandelvorm met een hoop mogelijkheden, maar hij is niet voor iedereen geschikt. De vakgroep Centre for eHealth and welbeing research van de Universiteit Twente heeft gelukkig al wel veel succes- en faalfactoren uitgepuzzeld voor ‘blended care’. Blended betekent dat je in ieder geval een deel van de behandeling online volgt. In het instrument ‘fit for blended care’ vatte de universiteit zijn bevindingen samen. Hieronder vind je de randvoorwaarden voor online therapie: het antwoord op deze vragen moet “ja” zijn om aan een online behandeling te kunnen beginnen.

  1. Vragen voor de cliënt

Beantwoord voor jezelf de volgende vragen. Heb je ergens “nee” op geantwoord? Bespreek dan met je behandelaar of met een naaste of je dit op kunt lossen.

  • Heb je de beschikking over een computer, smartphone of tablet, of mag en wil je die van iemand anders gebruiken?
  • Heb je toegang tot internet?
  • Heb je een plek waar je in rust en vertrouwd (veilig) kunt werken aan de behandeling?
  • Beschik je over de volgende internetvaardigheden?
    • ik weet hoe ik opgeslagen bestanden kan openen
    • ik weet hoe ik een foto van internet kan opslaan
    • ik weet hoe ik sneltoetsen kan gebruiken (bijvoorbeeld CTRL-C voor kopie)
    • ik weet hoe ik een nieuw venster open in mijn internet browser
    • ik weet hoe ik een website kan toevoegen aan de favorietenAls je de behandeling op een mobiel apparaat wil volgen, bijvoorbeeld een smartphone of tablet, is het belangrijk dat je ook weet hoe je apps kunt installeren en gebruiken.

Vraag bij je therapeut na wat voor soort handelingen (activiteiten) er in de behandeling gedaan moeten worden. Bijvoorbeeld opdracht lezen, opdrachten invullen en versturen, filmpjes bekijken, e-mailberichten sturen, registraties doen, beeldbellen enzovoort. Zou het je lukken dat te doen?

2. Vragen voor de behandelaar

Ook je behandelaar moet beslissen of hij de behandeling (gedeeltelijk) online wil aanbieden. Hij kijkt naar de volgende factoren:

  • Zijn de behandeldoelen duidelijk en zijn er behandelmodules of onderdelen van het online platform beschikbaar die aansluiten bij de behandeldoelen voor deze cliënt? Of kan de behandelaar via e-mail, beeldbellen, of andere online methoden een deel van de behandeling geven?
  • Is de cliënt op dit moment in crisis en/of is er sprake van ernstige (concrete) suïcideplannen of ernstige psychotische klachten? Er is sprake van een crisis als:
    • een cliënt spoedeisende (binnen 24 uur) hulp nodig heeft
    • er sprake is van een dreigende situatie, ernstige gedragsproblemen, problemen met de openbare orde, of wegvallen van steunfactoren
    • er is sprake van een gedwongen opname
  • Is er sprake van problemen die acute, medische zorg vereisen, van dien aard dat de cliënt niet in staat is aan zijn/haar behandeling te werken?
  • is de cliënt voldoende intelligent om met de inhoud van de blended behandeling te werken? Voor de meeste internetbehandelingen is een IQ nodig van minimaal 80 (LBO niveau).

Schat je behandelaar in dat het antwoord op een van deze vragen “nee” is? Dan kan dat voor hem een reden zijn op dit moment geen online behandeling aan te bieden.

Naast deze randvoorwaarden zijn er nog een aantal belemmerende en bevorderende factoren waar je over na moet denken en die je het beste kunt bespreken met je behandelaar.


onlinetherapie6-1200x800.jpg
29/Sep/2018

Angstklachten en depressieve klachten kunnen mensen flink belemmeren in hun functioneren. Er zijn gelukkig effectieve behandelmethoden voor, maar helaas hebben sommige cliënten moeite met de toegankelijkheid van hulpverlening. Er zijn bijvoorbeeld te weinig goed opgeleide therapeuten, de wachtlijsten zijn erg lang of cliënten ervaren de gesprekken als te belastend. Andrews en zijn team (2010) deden onderzoek of online therapie voor deze groep een alternatief zou kunnen zijn, omdat het toegankelijk is en mogelijk ook laagdrempeliger.

Onderzoeksopzet: behandelprotocollen op verschillende manieren aangeboden

Het onderzoek was een meta-analyse van twintig eerdere onderzoeken. Er is gekeken naar studies waarin cognitieve gedragstherapie (CGT) werd gebruikt. De therapie was vrij geprotocolleerd: er werd een programma gebruikt waarin de principes en methodes van CGT werden uitgelegd en doorlopen, meestal in combinatie met huiswerkoefeningen en aanvullende informatie. Er waren in dit onderzoek drie soorten online CGT mogelijk:

  • onbegeleid
  • ondersteund door reminders van een medewerker
  • begeleid door een therapeut die ook telefonisch contact maakt, e-mails verstuurt en reageert op de opdrachten

De deelnemers aan het onderzoek leden aan depressie, sociale angst, paniekaanvallen of gegeneraliseerde angst. De online behandeling was voor hen de voornaamste behandeling. Mensen die deze behandeling volgden, werden vergeleken met cliënten die gesprekstherapie volgden, een placebobehandeling volgden op de wachtlijst stonden.

Resultaten: verbeterd klachtbeeld, tevreden deelnemers

De behandelresultaten van de online behandeling waren even goed als voor gebruikelijke face-to-face therapie. Deelnemers hadden minder last van klachten, ervaarden een betere kwaliteit van leven, konden (terug) naar hun werk en hadden minder last van stress en hinder. Ook was het programma blijkbaar gemakkelijk vol te houden: 80% van de deelnemers maakte het hele protocol af. Dit is een veel hoger percentage dan bij face-to-face behandelingen. Ook gaf 86% van de cliënten aan tevreden of zeer tevreden te zijn over de behandelmethoden. Ze gaven aan het prettig te vinden zelf het moment te kunnen kiezen waarop ze aan de behandeling wilden werken, bijvoorbeeld in de avond wanneer er verder niet veel van hen gevraagd werd. Ook vonden ze het positief dat ze in hun eigen tempo konden werken en noemden ze de lage kosten en de privacy als voordeel.

De studies hadden een follow-up van 4 weken tot een jaar; in die periode waren er geen aanwijzingen voor terugval.

Een kanttekening is dat de meeste cliënten zich als vrijwilliger hadden opgegeven voor de onderzoeken, waarvan ze wisten dat er werd gekeken naar het effect van online behandeling. Het is mogelijk dat zij verschillen van “gewone” cliënten die op zoek zijn naar face-to-face behandeling. Hun problematiek en voorgeschiedenis was echter wel vergelijkbaar met mensen die normaal gesproken in de GGZ in zorg komen.

Verder: meer onderzoek nodig en integratie met stepped care

De onderzoekers zouden graag beter willen begrijpen via wat voor mechanisme de behandelprogramma’s helpen. Ook vinden ze het belangrijk dat als mensen niet genoeg hebben aan een online behandeling, ze gemakkelijk over moeten kunnen stappen naar face-to-face behandeling, zoals in een stepped care model.

Bron:

Andrews G, Cuijpers P, Craske MG, McEvoy P, Titov N, (2010). Computer therapy for the anxiety and depressive disorders is effective, acceptable and practical health care: a meta-analysis. PloS one 5, e13196.


onlinetherapie5-1200x800.jpg
29/Sep/2018

Traditioneel bestaat een therapie meestal uit face-to-face sessies met een therapeut. Een cliënt bezoekt de praktijk of instelling en de therapie bestaat uit een serie gesprekken. Bij een online therapie is dit niet het geval en bestaat er een fysieke afstand tussen therapeut en cliënt. Het onderzoeksteam van Andersson (2014) voerde een meta-analyse uit naar wat dat doet met de effectiviteit van de behandeling en kwam tot een verrassende conclusie: online contact kan het face-to-face contact vervangen, zonder dat dit afdoet aan de effectiviteit van de behandeling. Hiervoor geldt wel een aantal kanttekeningen.

Onderzoeksopzet: online en offline therapie vergeleken

Het onderzoek was een meta-analyse. Dat betekent dat er meerdere kleine studies samen zijn genomen, waardoor de resultaten meer zeggingskracht hebben. In de deelnemende studies werd online en offline cognitieve gedragstherapie (CGT) met elkaar vergeleken. De definitie van CGT was daarbij vrij breed: er kon sprake zijn van een “klassieke” cognitieve gedragstherapie, maar ook van oplossingsgerichte therapie of van de modernere stromingen acceptance and commitment therapy (ACT) en attention bias modification treatment (IBMT). In de meeste onderzoeken was sprake van begeleiding door een therapeut via beveiligde e-mail. Een groot deel van de behandeling bestond uit geschreven tekst. De programma’s waren meestal 6 tot 15 modules, net als een gemiddelde eerstelijnstherapie. De hoeveelheid interactie tussen therapeut en cliënt verschilde per programma. Inhoudelijk leken de online en offline behandelingen op elkaar: ze bestonden grotendeels uit dezelfde onderdelen. In de behandelingen werden mensen met angststoornissen, depressieve stoornissen en lichamelijke problemen behandeld.

Resultaten: even effectief

De bevindingen waren duidelijk: online en offline therapie waren even effectief in het behandelen van sociale angst, paniekaanvallen, depressie, ontevredenheid met het lichaam, tinnitus, erectiel dysfunctioneren en spinfobieën. De auteurs concluderen: “De resultaten wijzen erop dat de rol van de face-to-face therapeut niet zo doorslaggevend is als gedacht wordt op basis van de literatuur, als het aankomt op behandeleffect.” Ze adviseren meer onderzoek te doen naar de factoren die (mede) bepalen wat een online behandeling effectief maakt. In hun onderzoek waren de problematieken en behandelmethoden nog erg divers. Dat geeft aan de ene kant een breed beeld, maar aan de andere kant is het daardoor moeilijk om specifiek te krijgen wanneer je wel en wanneer niet een online behandeling in kunt zetten.

Een andere belangrijke kanttekening is dat de onderzoeken in de meta-analyse alleen deelnemers bevatten die uit zichzelf hadden aangegeven te willen deelnemen aan een online behandeling. In de meeste onderzoeken vonden de deelnemers het behandelformat prettig, maar uit één studie kwam juist een tegenovergestelde reactie: de deelnamers vonden het online werken helemaal niet zo fijn. Verder is er niet gekeken naar de lange termijn effecten.

Verder: snelle ontwikkelingen

Dit onderzoek komt uit 2014. Voor wetenschappelijk onderzoek is dat recent, maar de rol van internet in ons leven en de internetbehandelingen zelf ontwikkelen zich razendsnel. Tegenwoordig kunnen bijvoorbeeld ook smartphones worden ingezet in de behandeling. Over het effect daarvan is nog niets bekend.

De onderzoekers concluderen dat online therapie de potentie lijkt te hebben een goed alternatief voor face-to-face therapie te zijn. Ook kan het in aanvulling daarop gebruikt worden.

 

Bron:

Andersson G, Cuijpers P, Carlbring P, Riper H, Hedman E, 2014. Guided Internet-based vs. face-to-face cognitive behavior therapy for psychiatric and somatic disorders: a systematic review and meta-analysis. World psychiatry : official journal of the World Psychiatric Association 13, 288-95.


onlinetherapie4-1200x800.jpg
29/Sep/2018

Een therapie die niet helpt, daar heeft niemand iets aan. Er is daarom de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van online therapie, soms ook ehealth genoemd. Daaruit blijkt dat een begeleide internetbehandeling even effectief kan zijn als face to face contacten. Het gaat daarbij dus niet om online zelfhulpcursussen die je in je eentje doorloopt. Hoewel ook die een meerwaarde kunnen hebben, kunnen ze geen therapie vervangen. Het is verder het beste om een de behandeling blended te volgen; dat betekent dat je, naast de online communicatie, ook direct contact hebt met je therapeut. Bijvoorbeeld door de praktijk of instelling te bezoeken of elkaar telefonisch te spreken. Er is een belangrijke kanttekening bij het onderzoek dat tot nu toe gedaan is: de effectiviteit is alleen getest bij lichte tot ernstige enkelvoudige problematiek. Oftewel, het soort problemen dat in de eerste lijn (generalistische basis GGZ) wordt gezien. Het is nog onbekend of internetbehandeling ook effectief is in de specialistische GGZ. Medisch Contact schreef er een reflectie op.

Onderzoeksresultaten

Online therapie bestaat inmiddels lang genoeg om er goed onderzoek naar te doen. Het meest betekenisvol in wetenschappelijk onderzoek zijn altijd de meta-analyses. In een meta-analyse worden verschillende losse onderzoeken samengenomen en met elkaar vergeleken. Uit deze systematische reviews blijkt, kort gezegd, dat face-to-facecontacten effectiever zijn dan onbegeleide onlinecontacten, dat begeleide onlinebehandelingen even effectief kunnen zijn als face-to-facecontacten, en onbegeleide onlinecontacten weer effectiever dan geen contact. Er is vooral onderzoek gedaan naar de behandeling van angststoornissen, depressieve stoornissen en lichamelijke klachten. Een deel van de behandelingen was gedragscognitief georiënteerd (CGT), maar dat is geen vereiste. Een online behandeling kan ook psychodynamisch zijn of gericht op lichamelijke oefening. Ook bestaan er binnen de CGT verschillende stromingen met heel diverse uitgangspunten, zoals oplossingsgerichte therapie, attention bias modification treatment (ABMT) of acceptance & commitment therapy (ACT). Het is dus zeker niet zo dat er maar één soort internettherapie bestaat. In de studies die zijn geëvalueerd, is ook gekeken naar lange termijn effecten.

Factoren die de effectiviteit vergroten

Internettherapie werkt het beste als:

  • er een heldere diagnose is voordat de therapie van start gaat
  • de behandeling voldoende uitgebreid is
  • de behandeling gebruiksvriendelijk is en technisch niet te ingewikkeld
  • er goede ondersteuning is en duidelijke afspraken, ook over de tijdsduur

Bovendien moet er voldaan zijn aan een aantal randvoorwaarden voordat de therapie van start kan gaan. Iemand moet bijvoorbeeld over voldoende internetvaardigheden beschikken, toegang hebben tot een apparaat met internet en er mag geen sprake zijn van een crisis of psychose. Daarnaast is er een aantal belemmerende en bevorderende factoren (succes- en faalfactoren) zoals motivatie en het gemak waarmee iemand zich schriftelijk uitdrukt.

Bronnen:

Andersson, G., Carlbring, P., Berger, T., Almlöv, J., Cuijpers, P. (2009). What makes internet therapy work? Cognitive Behaviour Therapy, 38 Suppl. 1:55-60

Andersson G, Cuijpers P, Carlbring P, Riper H, Hedman E, 2014. Guided Internet-based vs. face-to-face cognitive behavior therapy for psychiatric and somatic disorders: a systematic review and meta-analysis. World psychiatry : official journal of the World Psychiatric Association 13, 288-95.

Andrews G, Cuijpers P, Craske MG, McEvoy P, Titov N, 2010. Computer therapy for the anxiety and depressive disorders is effective, acceptable and practical health care: a meta-analysis. PloS one 5, e13196.

Cuijpers P, Marks IM, Straten A van, Cavanagh K, Gega L, Andersson G, 2009. Computer-aided psychotherapy for anxiety disorders: a meta-analytic review. Cognitive behaviour therapy 38, 66-82.

Haug T, Nordgreen T, Ost LG, Havik OE, 2012. Self-help treatment of anxiety disorders: a meta-analysis and meta-regression of effects and potential moderators. Clinical psychology review 32, 425-45.

Lewis C, Pearce J, Bisson JI, 2012. Efficacy, cost-effectiveness and acceptability of self-help interventions for anxiety disorders: systematic review. The British journal of psychiatry : the journal of mental science 200, 15-21.

Mayo-Wilson E, Montgomery P, 2013. Media-delivered cognitive behavioural therapy and behavioural therapy (self-help) for anxiety disorders in adults. The Cochrane database of systematic reviews 9, CD005330.

Reger MA, Gahm GA, 2009. A meta-analysis of the effects of internet- and computer-based cognitive-behavioral treatments for anxiety. Journal of clinical psychology 65, 53-75.

Spek V, Cuijpers P, Nyklicek I, Riper H, Keyzer J, Pop V, 2007. Internet-based cognitive behaviour therapy for symptoms of depression and anxiety: a meta-analysis. Psychological medicine 37, 319-28.

Lampe L, 2012. Commentary on Bell et al., (2012): Effectiveness of computerized cognitive behaviour therapy for anxiety disorders in secondary care. The Australian and New Zealand journal of psychiatry 46, 679-81.